Op 3 februari 2026 heb ik een presentatie gegeven voor de Koninklijke Vereniging voor Belastingwetenschap (VBW) in Den Haag. Een speciale bijeenkomst waarbij de Commissaris van de Koning in Zuid-Holland aanwezig was om de VBW het Predicaat Koninklijk te geven. Aansluitend aan deze bijzondere Algemene Ledenvergadering vond een symposium plaats met als onderwerp ‘Importheffingen in roerige tijden’. Ik heb tijdens dit symposium een inleiding gegeven over de importheffingen (‘US Tariffs’) van de Trump-administratie in de VS. Deze importheffingen worden momenteel aangevochten en binnenkort doet de US Supreme Court daarover uitspraak. Roelof heeft deze lopende procedures besproken en ook de gevolgen als de heffingen ‘illegaal’ worden verklaard. Want hoe zit het met teruggaaf van onwettig geïnde importheffingen? Ik heb gebruik gemaakt van de gelegenheid om de handel en wandel van onze douane in Nederland aan de orde te stellen. En een oproep gedaan aan de Douane de bezwaarprocedure serieuzer te nemen en een dringend beroep gedaan op de douane om geen ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ achter te houden. Daarnaast heb ik nog een kritische noot gemaakt richting de Hoge Raad die de douane bij schending van het verdedigingsbeginsel de douane een tweede kans te gunnen aangezien dit vanuit het oogpunt van de rechtsbescherming van belanghebbenden niet goed te begrijpen is. En meer in het algemeen bij schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur hoort de overheid gestraft te worden met een gegrondverklaring van het beroep van belastingplichtige, dan wel in elk geval bij schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur een integrale proceskostenvergoeding aan belastingplichtige toe te kennen.